Geschiedenis

Harmonie Caecilia (toen nog Fanfare Sint Caecilia) is ontstaan vanuit de muziekvereniging ‘Eensgezindheid’ dat in 1898 in Heiloo is opgericht. (kijk op www.mv-eensgezindheid.nl voor de geschiedenis van Eensgezindheid)

In 1923 ontstond er een rel in Heiloo over het wel of niet opvoeren van het stuk ‘Allerzielen’ van Herman Heijermans, door de toneelvereniging ‘Falkland’. katholiek Heiloo raakte in rep en roer. Dit stuk werd in de gehele omtrek verboden, maar Heiloo’s burgemeester, Jhr. N. van Foreest, liet de opvoering toe.

Pastoor Van Meeuwen verbood de Katholieke leden van Falkland aan dit stuk hun medewerking te verlenen en het gevolg van een en ander was, dat er langzamerhand een scheiding kwam: op aansporing van pastoor Van Meeuwen zou er een geheel katholiek verenigingsleven komen in ons goede dorp.

Het sleepte nog wat aan maar uiteindelijk durfden een aantal R.K. leden van ‘Eensgezindheid’ het niet langer aan en besloten de verboden van pastoor niet langer te weerstreven en traden uit het korps. Ze wilden een eigen R.K. vereniging van de grond zien te krijgen. Dat lukte wonderwel, na een bespreking met pastoor Van Meeuwen besloot men tot oprichting te komen van een R.K. Muziekvereniging, en de contributie werd bepaald op 20 cent per week.

geschiedenis11
Fanfare Sint Caecilia, Het voltallige corps toen zij werdt opgericht in 1925. v.l.n.r. C. Mooij, W. Cornelissen, G. Liefting, P.Haker, W. Groot, Th. Bolten, P. Kuijper, G. Liehout, B. van Straten, C. Zeeman, H. Blokland, J. Morsch, B. Korthouwer, P. Hoetjes, A. Zoon, J. Molenaar.

De notulen van deze eerste bespreking evenwel, (30 december 1924 in de Bruno) vermelden, dat Pastoor erop wees, dat het niet zijn bedoeling was om in deze omstandigheden een R.K. korps op te richten, maar dat de leden er zelf bij hem op aan hadden gedrongen, juist in deze omstandigheden “opdat wij meer steun zouden krijgen van onze R.K. En als wij bij onze neutrale vereniging zouden blijven, toch steeds weer andere moeilijkheden zich zouden voordoen.”

Het bleek dat men toch minstens over een bedrag van f 1200,- moest kunnen beschikken om aan instrumenten te komen. Na enkele weken lukte dat via giften en leningen wonderwel. Pastoor zou zorgen voor een lening van f 1000,- tegen een rente van ten hoogste 4%. Er werd een ‘bezetting’ instrumenten besteld en de eigenlijke oprichtingsvergadering was op 8 februari 1925.

Deze dag werd het reglement samengesteld en een bestuur gekozen, bestaande uit de heren: P. Hoetjes als voorzitter, J. Morsch als secretaris, W. Groot als penningmeester en A. Zoon en P. Haaker werden commissarissen. Ere-voorzitter werd pastoor Van Meeuwen en geestelijk adviseur kapelaan Van Kessel. Men telde zeventien leden en twintig instrumenten. Nu nog een directeur gezocht, die werd gevonden in Castricum in de persoon van de heer P. Kuys, hij bleef in die functie tot 1939.

Reeds het eerste jaar kon men optreden naar buiten. Zo werd o.a. pastoor Van Meeuwen muzikaal van de trein gehaald na een bezoek aan Rome en ook bij het Priesterfeest van de weleerwaarde heer N. Bijl was de fanfare present. Caecilia was trouwens present bij vele andere feestelijkheden, zo werkte ze mee aan processies en bedevaarten, maar ook bij een feestelijke vergadering van de L.T.B.


Fanfare Sint Caecilia begeleidt de bedevaartsgangers naar kapel. Deze foto is gemaakt langs de westerweg. Voorop loopt majoor Steen.

Het eerste concert werd gegeven op 9 augustus 1925 en in november van dat jaar de eerste winteruitvoering in het Brunogebouw dat geheel gevuld was. Na afloop werden er enkele voordrachten gedaan door de Toneelclub. Het korps begon al aardig populair te worden, men telde toen 23 leden en maar liefst 150 donateurs waren ingeschreven door kapelaan Van Kessel. De eerste jaarvergadering was dan ook een feestelijke, men had een flink batig saldo!

Tijdens die jaarvergadering werd ook gesproken over deelname aan een concours, en ja, in 1926 ging men naar Amsterdam om daar gelijk de eerste prijs weg te halen. In de notulen kwam later te staan dat de behaalde eerste prijs te danken was aan God, aan de talentvolle directeur en de ijverige studie der leden!

Medewerking werd verleend bij de opening van de nieuwe Kapel op het Bedevaartsoord en bij de opening van het nieuwe Raadhuis op de plaats van Huize Overweg, samen met ‘Eensgezindheid’ (waar de grote trom solo-instrument was volgens de overlevering!) Men kreeg van de gemeente de toezegging van een jaarlijks subsidie van f 20,-.

In 1928 behaalde men reeds op een concours te Castricum in de tweede afdeling van de R.K. Bond een eerste prijs met lof van de jury, wat promotie betekende naar de eerste afdeling. Maar toch, de successen leken de leden wel naar het hoofd gestegen, ze zagen de ernst van het studeren niet meer zo in en de onvermijdelijke inzinking kwam dan ook, voeg daarbij de verslechtering der tijden en dit alles samen was er oorzaak van dat ook de verdere successen uitbleven.

De beoordeling tijdens de muziekwedstrijd te Wervershoof, op 25 mei en 1 juni 1930 te Wervershoof, georganiseerd door de R.K. Bond van Harmonie- en Fanfaregezelschappen in Noord-Holland ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van het Harmoniegezelschap ‘St. Caecilia’ te Wervershoof, waaraan Sint Caecilia meedeed in de eerste afdeling fanfare, met als verplicht nummer “Sparnacum”, ouverture van Jean Preckker, loog er dan ook niet om:

“De inzet van het verplichte werk is slap en onzuiver: het is alles te weinig pittig, lang geen Maestoso. V66r C wordt een Vrij goede opvatting getroffen. Het allegro gaat Vrij goed, alleen de korte voorslagen verongelukken. De reprise gaat lang niet slecht. Het Allegretto wordt te slepend genomen, daarenboven zijn de middenstemmen lang niet correct. Bij E hooren wij geen preciese articulatie. De maten voor het Allegro in F worden onnoodig vertraagd. De 16 n. in de reprise zijn technisch niet beheerscht. Gelukkig is de stemming, die aanvankelijk verre van zuiver was, gaandeweg goed geworden”.

In Obdam, bij het concours ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van het fanfarecorps Muzieklust op 14 en 21 juni 1931, werd in de eerste afdeling Fanfare nog een tweede prijs behaald met 294 punten, weliswaar met veel kritische kanttekeningen, waaronder: “Techniek moet veel meer ontwikkeld worden”.

Na een kleine opleving in 1935, toen een eerste prijs met promotie werd behaald in Heemskerk met een puntental van 349, ging het hard achteruit met Caecilia. Men maakte zelfs mee dat er nog slechts een veertiental leden waren; ook de promotie ging niet door omdat er door het korps in de vijf jaren voor dit succes geen eerste prijzen waren behaald! Men bleef dus in de tweede afdeling blazen. Vanzelf zag ook de financiele toestand er niet zo rooskleurig uit. Directeur Kuys deed wat hij kon, maar hij kon de dreigende ondergang van het korps bijna niet meer verhinderen. Hij besloot daarom naar een nieuwe directeur uit te zien. Misschien dat een jonge kracht er ook jong leven in kon brengen…

In 1939 bedankte de heer Kuys en zijn opvolger werd de heer L. Oly uit Bergen. Deze jonge talentvolle directeur met veel ondervinding op verenigingsgebied had in het begin eveneens veel moeite om er weer nieuw leven in te blazen. Op zijn aanraden werden er jongere bestuursleden gekozen, het werden in 1940: C. Zoon als voorzitter, P. Kuyper als penningmeester en Th. Kuyper als secretaris. De jonge directeur had juist gezien en men kreeg ook weer nieuwe leden. Het ledental steeg tot 40 en het liep steeds meer op, maar dat bracht weer met zich mee dat men met de instrumenten knel kwam te zitten. Er werd besloten een geheel nieuwe bezetting te kopen. Daar was natuurlijk geen geld voor, maar er werd een lening aangegaan en de instrumenten kwamen er, 27 in getal.

Tijdens een repetitie
Tijdens een repetitie

Je zou zeggen dat het nu weer allemaal voor elkaar was, maar de oorlog woedde nog steeds en verschillende jonge krachten moesten onderduiken of werden weggevoerd naar Duitsland. Als klap op de vuurpijl moest men om acht uur ’s avonds binnen zijn en het was weer eens gedaan met het korps.

Alles stond stil, totdat in 1945 de bevrijding kwam. Na aan verschillende feesten te hebben meegedaan wist het bestuur van de leden gedaan te krijgen dat er een rondgang met collecte door het dorp gehouden werd. Het werd een reuze financieel succes, er werd niet minder dan f 1.300,- opgehaald waarmee de grote instrumentenschuld kon worden betaald.

Toch was – door de oorlog – de geest van het korps verzwakt, er zat geen fut meer in de leden hoewel directeur en bestuur hun uiterste best deden. De mensen waren vrij en wilden zich niet meer binden leek het wel, zo zelfs dat er op de jaarvergadering nog slechts 13 van de 50 leden aanwezig waren. Omdat de leden ook slordig met muziek omgingen besloot het bestuur op die vergadering dat alle leden zelf hun muziek moesten opplakken, “Waar halen we plaksel?”, was de vraag van een der leden.

Dat was geen samenwerking, zo kon het niet doorgaan zo besloot men. Toen men dan ook in 1946 naar een concours ging en met de tweede prijs thuiskwam, viel het de leden zo tegen dat enkele leden en zelfs bestuursleden, voor de eer bedankten, zonder zich af te vragen of de schuld misschien bij henzelf lag.

Tijdens een bestuursvergadering werd het bestuur weer aangevuld en werd meegedeeld, dat wie het er niet mee eens was, kon gaan. Dit kostte wel enkele leden, maar er bleef een gezonde kern over: 30 leden om opnieuw te beginnen. Toen begonnen ook de successen weer te komen, op een tweetal concoursen in 1948 kwam men weer thuis met eerste prijzen. Toch zat het niet mee, weer moesten enkele jonge krachten in militaire dienst, nu om naar Indonesie te gaan.

Uitnodiging van een van de donateurconcerten van Sint Caecilia.

Het vijfentwintigjarig bestaan in 1950 werd gevierd met een officiele receptie op 25 februari en een “groot bondsconcours voor Harmonie- en Fanfarecorpsen in Noord-Holland op de zondagen 4 en 11 juni 1950… in het Muziekpark te HEILOO” waaraan ruim 30 verenigingen deelnamen. De jury werd gevormd door Jos de Klercks, Haarlem, en M. Kockelkoren, Maastricht, beide toonkunstenaars. Het programma van feestelijkheden vermeldt:

Zaterdag 3 juni 8.00 uur: Openingsconcert door Sint Caecilia.
Zondag 4 juni 11.30 uur: Officiele ontvangst op het gemeentehuis.
12.00 uur: Marswedstrijd, waarna tamboerwedstrijd.
1.30 uur: Concertwedstrijd.
8.00 uur: Vervolg concertwedstrijd.
Woensdag 7 juni 8.00 uur: Concert, aangeboden door Eensgezindheid te Heiloo.
Zaterdag 10 juni 8.00 uur: Concert, aangeboden door Eensgezindheid te Egmond Binnen.
Zondag 11 juni Programma als op 4 juni, zonder de officiele ontvangst.

Het erecomite vermeldt vele toenmalige notabelen: J. Kalff, Burgemeester, J. van Muijen, Pastoor, J. J. 1. M. Festen, Gemeente-secretaris, J. Sçhuit en S. Rus, Wethouders, Dr. J. P. de Smet, Geneesh.-Dir. St. Willibrordus-stichting, A. A. M. E. Janssen, arts, M. Mrink, medeoprichter R.K. Bond, N. Waterdrinker, Groepscommandant Rijkspolitie, S. van Gemeten, Voorzitter VVV, P. Groot, Directeur ‘Nieuw Leven’, Jac. van der Kommer, Voorzitter ‘Hemi’, H. C. Groot, Voorzitter ‘De Hanze’, J. Bolten, Voorzitter K.A.B., H. Korthouwer, Secr. L.T.B., R. Pirovano, Kerkmeester.

In 1951 werd door de ledenvergadering een commissie in het leven geroepen om allerlei zaken en activiteiten te begeleiden. Tevens werd dit jaar een Vendelkorps opgericht, bestaande uit tamboer en bazuinblazers. Eerste tambour-maitre was de heer Schipper. Er werd ook gestart met gezamenlijke repetities voor de leerlingen onder leiding van de heer Oly. Dit gebeurde voor de grote repetitie van het fanfarekorps.

Als vervolg op het goede jaar 1950, werd er in 1951 goed gemusiceerd. Op het Bondsconcours in Langedijk werd in dat jaar een eerste prijs gehaald en tevens een eerste prijs in de marswedstrijd. in de concertwedstrijd met 323 punten en in de marswedstrijd met 96 punten.
In die tijd organiseerde de fanfare ‘Eensgezindheid’ een concours waaraan ook door Caecilia met goed resultaat werd deelgenomen, in de concertwedstrijd een resultaat van 395 punten en in de marswedstrijd blies men 99 punten bij elkaar, beide goed voor een eerste prijs.

Op de jaarvergadering bracht de geestelijk adviseur naar voren dat de jeugd uit de winterconcerten moest worden geweerd in verband met het late uur! Tevens werd besloten dat elk half jaar een ledenvergadering zou worden gehouden.

Tijdens het donateurconcert op 20 januari 1952 in de St. Willibrordusstichting trad het Vendel voor het eerst op naar buiten. De leden ervan droegen ook uniforme kleding: witte overhemden en zwarte stropdassen, de dassen waren door enkele leden zelf gemaakt. Na afloop van dit concert was er gelegenheid een dansje te maken onder leiding van Wim Cornelissen.

Op de eerste halfjaarlijkse vergadering werd de heer G. Heijne benoemd tot erelid. Tevens werd deze avond besloten dat geen dames lid mochten zijn van het Vendel en dat voor dit onderdeel der vereniging geen apart bestuur zou zijn.

Ook in deze jaren werden diverse vieringen in Heiloo door St. Caecilia opgeluisterd, zoals de Palmpasenoptocht, Bloemencorso, Luilakviering en een Optocht in Alkmaar bij de opening van de Missie-tentoonstelling, een Rondgang door Heiloo voor de Missie en er werden Belgische voetballers uit Schule ingehaald die tegen H.S.V. speelden. Ook hier werd gemusiceerd. De Belgen waren totaal verrast want zij kenden geen Harmonie- of Fanfareorkesten.

In verband met de watersnoodramp in 1953 in Zeeland werd het donateurconcert uitgesteld tot 19 april. De toneelgroep die ter gelegenheid hiervan was uitgenodigd, viel zwaar tegen zo vertellen de notulen. Goede successen werden behaald op concoursen in Heerhugowaard, zowel concert als marswedstrijd leverden een eerste prijs op. Het Vendel ging voor het eerst op concours en behaalde een tweede prijs. Evenals vorige jaren werd meegewerkt aan ‘bonte avonden’ van de VVV in de muzieknis aan de Verschuirlaan (nu Ter Coulsterlaan).

geschiedenis15
De muzieknis in Heiloo, op deze kaart is muziekvereniging ‘Eensgezindheid’ aan het spelen.

Na al deze successen kwam er weer een forse terugloop van leden en daardoor ook van het muzikale peil. De leerlingen werden zorgenkinderen en ook de donateurs liepen terug in aantal. Besloten werd dat bij werving van een nieuwe donateur een lid twee weken lang geen contributie hoefde te betalen. Maar de teruggang ging steeds verder, geen studie thuis en slecht repetitiebezoek. Een solistenconcours binnen de vereniging zou er wat meer leven in moeten brengen, met daaraan verbonden een feestavond.

In deze tijd werd de uitmonstering van de fanfare gelijk aan die van het Vendel. Er mocht twee keer per jaar na de H. Missen op zondag een collecte gehouden worden voor de vereniging, daar was men als de kippen bij en werd direct gedaan.

Bij serenades gebeurde het nogal eens dat na afloop het korps niet in zijn geheel terugging. Om geen pet-figuur te hoeven slaan, werd dit aangepakt door de vergadering.

Bij het inhalen van Duitse voetballers was er geen muziek omdat de leden het lieten afweten, er waren volgens de voorzitter geen blazers genoeg. Sint Caecilia kwam langzamerhand in een fase terecht waarin weinig meer viel te beleven. Ook de notulen der vergaderingen vertellen maar weinig in die dagen. Het Vendel had intussen toch een eigen bestuur gekregen maar dit werd in 1956 alweer ontbonden omdat de leden hiervan niet kwamen opdagen bij de algemene ledenvergaderingen. Door de Gemeente wordt de vraag gesteld of er mogelijkheden waren om te fuseren met de fanfare ‘Eensgezindheid’. Na enige twijfel wordt dit afgewezen. Het slechte repetitiebezoek verandert niet, en ook vertrekken enkele leden in verband met de dienstplicht, en… tanden trekken!

Toch wordt een uniformactie op touw gezet en wordt bij de gemeente een subsidieverhoging gevraagd. Dit verzoek wordt gehonoreerd in 1957, het subsidie wordt verhoogd van f 300,- tot f 1.000,- en nu kan het salaris van de dirigent worden aangepast aan het peil zoals is aangegeven door de Bond van muziekdirigenten.

Aan het einde van 1957 komt er toch enige actie onder de leden, er worden zeven nieuwe en 13 tweedehands instrumenten aangeschaft en het Vendel krijgt een wimpel! Ook start de heer Oly met een leerlingencursus.

Op het concours te Heemskerk werd alleen meegedaan aan de marswedstrijden waar een eerste prijs werd behaald, het Vendel behaalde daar een tweede prijs.

In 1958 werd, door de schuld der leden zelf, en door het overlijden van het trouwe lid de heer Th. Morsch, niet meegedaan aan het Bondsconcours. Op de tweede halfjaarlijkse vergadering werd besloten op de eerste zondag na 22 november (de feestdag van Sint Caecilia) jaarlijks een H. Mis te laten lezen ter intentie van overleden leden. Tijdens diezelfde vergadering werd besloten om de vereniging om te schakelen van Fanfare naar Harmonie. Dit was een eerste aanzet om uit het dal te geraken waar de vereniging de laatste zes jaren in was geraakt. Dit besluit betekende veel actie voor de leden. Oud-papier, Persil-actie, Collectes bij de kerk, en een contributieverhoging van een dubbeltje. Voortaan zou er ook een begroting worden opgesteld.

Op 1 februari 1959 trad Sint Caecilia op het donateurconcert in de Willibrordusstichting op als Harmonie. Aanvankelijk wat onwennig, waren de toehoorders toch tevreden. Tijdens de vergadering in februari werd de eerste begroting gepresenteerd en werd de heer W. Gallee, hoofd van de R.K. jongensschool, aan het bestuur toegevoegd als algemeen adviseur. Het Vendel blijft tevreden over de gang van zaken maar laat zich niet zien op de vergaderingen. In de rondvraag is er ook steeds de vraag naar een nieuw vaandel, maar men vindt het UniNa formfonds urgenter en het vaandel moet wachten.

In verband met de overschakeling van fanfare naar harmonie wordt besloten voor het eerst niet mee te doen aan concoursen. Dit tot grote teleurstelling van velen, want het is een van de weinige uitgaansdagen van de leden. De vereniging gaat in deze dagen weinig de straat op, resultaat dat enkele leden overgaan naar een andere vereniging. Door een bepaalde regeling (TIKO) wordt in 1960 de vereniging verplicht om elke maand een keer buiten de kerk een collecte te verzorgen.

geschiedenis2
21 februari 1960. Hier treedt St. Caecilia op als harmonie. De naam is nu Heilooer Harmonie Caecilia, kortweg H.H.C. Dit feestelijke donateursconcert werd gegeven in de aula van de Willibrordus stichting ter gelegenheid van het zevende lustrum

In 1961 wordt definitief een uniformfonds in het leven geroepen, de leden dienen hieraan f 10,- te betalen en daarna wekelijks een kwartje. De zangvereniging ‘Nieuw Leven’ werkt mee aan het donateurconcert, ook in 1962 en beide keren was het een succes.

In 1963 zijn de uniformen een feit en worden zij getoond aan het gemeentebestuur. Tijdens de jaarvergadering was er geen geestelijk adviseur en de vereniging ziet er ook de noodzaak niet meer van in. Men denkt erover om in 1965 ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan een Bondsconcours te organiseren. Opvallend was dat in 1964 ook de Christelijke groet voor het eerst achterwege blijft, deze was gebruikelijk voor aanvang en sluiting der vergadering. Het Vendel zal muzieklessen gaan krijgen.

Het 25-jarig jubileum van dirigent L. Oly wordt gevierd in de Rustende Jager met een receptie. Ondertussen wordt er gewerkt aan vervanging en vernieuwing van het instrumentarium, het zal worden omgezet in ‘lage stemming’. Bij een Tamboerconcours in Heiloo was het oordeel van de jury over Sint Caecilia: “Optreden keurig, verwachten nog veel van deze keurige drumband, Prima leiding en maitre-stokwerk goed”.

Eind 1964 wordt de Boerenkapel opgericht met alleen leden van Sint Caecilia, onder leiding van Jaap Ursem. Het eerste optreden vindt plaats bij de verkiezing van Prins Carnaval. De Boerenkapel studeert hard, bij Jaap in de huiskamer…

Ondanks het vieren van het 40-jarig bestaan gebeurt er in 1965 blijkbaar niet zoveel. De Heilooer Operettevereniging werkt mee aan het donateurconcert, ook wordt meegedaan aan het KRO. muziekfestival.

1966 is het jaar van de taptoe, er werden er elf gehouden. Herfst 1966 wordt een nieuw instrumentarium aangeschaft waarvoor diverse acties waren gehouden. 1967 was het jaar waarin voor het eerst de ‘limonadeactie’ werd gehouden; wie dronk in die dagen geen limonade van Sint Caecilia? 1970 was weer een jaar van succes, er werd goed gepresteerd, men nam weer deel aan het K.R.O. muziekfestival in Hoorn en met voldoende punten reisde men maart 1971 naar Amersfoort.

geschiedenis3
27 december 1966. Harmonie Caecilia brengt een serenade t.g.v. het huwelijk van een van hun medeleden. Op de voorgrond v.l.n.r.: Adr. Borst, J. Admiraal, Ad. Hoedjes en S. Hoetjes.

Er kwam een verheugende mededeling van het gemeentebestuur, de subsidie was verdubbeld van f 1.000,- naar f2.000,-, de penningmeester straalde.

Bij het K.R.O. festival in Amersfoort eindigde Sint Caecilia gelijk met de fanfare Caecilia uit Zwaag en na loting moest men de eer aan Zwaag laten. Volgens de boeken speelden er andere zaken mee.

geschiedenis4
22 maart 1971. Het KRO festival in Amersfoort. Een van de hoogtepunten van de Heilooer Harmonie onder leiding van dhr. L. Olij. Samen met Zwaag eindigden zij op de eerste plaats.

In 1971 behaalde men in Heerhugowaard een ruime eerste prijs in de afdeling Uitmuntendheid met maar liefst 315 punten.

Na 23 jaar trad de heer Th. Kuyper af als voorzitter. Hij heeft enorm veel voor de vereniging betekend. Hij maakte lief en lee van de vereniging mee, hij werkte mee aan de totstandkoming van een volksmuziekschool in Heiloo, waarvan hij ook nog zes jaar penningmeester was. Hij ijverde er tevens voor dat de leerlingen een goede vooropleiding kregen. Zijn inspanningen werden later beloond in de HAFA-opleiding. De heer J. Heijne werd zijn opvolger.

Op dezelfde vergadering (1971) werd de naam van Sint Caecilia omgezet in ‘Heilooer Harmonieorkest Caecilia’. Hiermee verdween uit de naam de oprichtingsreden van de vereniging en werd het mogelijk ook mensen van andere gezindten in te schrijven als lid. Er werd dit jaar ook gedacht aan samengaan met het Trompetterkorps Heiloo. De contributie ging omhoog van f 1,- naar f 1,50.

Na 33 jaar wordt er in 1973 afscheid genomen van de heer Oly als dirigent met een feestavond. Burgemeester H. Hoekstra verleende de heer Oly de erepenning van Heiloo voor zijn verdienste voor de vereniging. Van de Bond ontving hij een gouden insigne. Ook de heer Kuyper kwam nog even in het zonnetje.

De heer W. Bakker werd opvolger van de heer Oly, hij bleef maar kort bij Caecilia, de stemming onder de leden was niet ‘je dat’ en de prestaties gingen achteruit. Boze leden stelden: “hij weg – of wij weg!” Na een goed gesprek met het bestuur ging de heer Bakker heen.

In De Goorn vond men in de persoon van de heer M. Braas een nieuwe dirigent. In de notulen van 1974 wordt gesproken over het ‘Braas-tijdperk’. Hoewel in het begin wat onwennig gaf hij de vereniging weldra weer goede hoop op de toekomst. De jonge (22) dirigent bracht bij sommige leden wel wat teweeg door muziek in het repertoire op te nemen van het lichtere genre. Er zijn leden die dat maar niets vinden en met weemoed terug denken aan het tijdperk Oly.

Tijdens de jaarvergadering van 1974 wordt vastgesteld dat er een beleidsplan moet komen, er moet worden toegewerkt naar een orkest van 60 a 65 leden. De dirigent brengt het vormen van een jeugdorkest naar voren. De drumband vindt zichzelf het stiefkind der vereniging en meent dat hij te weinig aandacht krijgt. Hij wil graag de straat op maar krijgt het orkest niet mee!

In Heiloo waren intussen de Minirettes opgericht, zij wilden graag onderdeel van Caecilia worden, maar het orkest vond dat een te kostbare zaak worden voor de vereniging.

Een werkgroep zal het 50-jarig bestaan van de vereniging gaan voorbereiden, althans de voorbereidingen voor het feest. Het werd gevierd in de tennishal van de heer Dick Hommes, het werd een heerlijk feest dat drie dagen duurde. Burgemeester H. Hoekstra vond het een ware prestatie: “in een tijd dat vele verenigingen de kraaienmars blazen, blaast u de feestmars”, aldus de burgervader.

De jaarvergadering van 1976 liet de voorzitter J. Heijne weggaan, hij werd opgevolgd door de heer C. Schoutsen.

In dit jaar bestond ook de Drumband 25 jaar, de leden zetten zelf een feest in elkaar. Samen met de zusterverenigingen werd meegedaan aan de opluistering van de nieuw te openen sporthal ‘Het Vennewater’. De externe en interne zaken werden dit jaar op een rijtje gezet, extern was dat contactlegging met de Volksmuziekschool, samenwerking met de fanfare “Eensgezindheid” en medewerking aan gemeenschapsactiviteiten. Er werd een opleiding voor Harmonie en Fanfare aan de Volksmuziekschool tot stand gebracht, hierin werd ook de fanfare “Eensgezindheid” betrokken en werd contact gelegd met de Stichting Opleiding Amateurmusici in Noord-Holland.

In oktober dat jaar besloot de Volksmuziekschool tot oprichting van een officiële Hak-opleiding welke overeenkomstig de eisen zouden zijn die door de SONMO zijn vastgesteld. Er werden 18 leerlingen van Caecilia geplaatst, twee wilden liever bij de heer Kuyper blijven voor lessen.

Sinds september 1980 is de heer H. van Veldhuizen dirigent van Caecilia.

geschiedenis5
Mei 1981. Het bevrijdingsfeest wordt in Termijen opgeluisterd door Harmonie Caecilia.

geschiedenis6
21 juni 1983. Th. Kuijper en echtgenote. Th. Kuijper, vele jaren voorzitter en stimulerende kracht van Harmonie Caecilia, werd op die datum benoemd tot erevoorzitter.

geschiedenis8

Dirigent Henk van Veldhuizen in actie tijdens een concert. De tweede dirigent Nico Bageschiedenis9kker ziet u hier spelend op zijn klarinet.

 

Even rust voor de eerste trompetisten. Op de voorgrond Jn. Admiraal, naast hem solotrompetist C. van Duin en daarnaast R. Nieuweboer, leider van de ‘Big Band’

 

 

 

 

In 1985 tijdens het 60-jarig bestaan kon Caecilia terugzien op vele ups en downs, maar vol goede moed en optimistisch de toekomst ingaan.

 

geschiedenis10
Harmonie Caecilia bij gelegenheid van haar 60-jarig bestaan in 1985